• Neu
Strobos | Mijn Schalkse Liefde | E-Book | www2.sack.de
E-Book

E-Book, Dutch, Flemish, 400 Seiten

Strobos Mijn Schalkse Liefde


1. Auflage 2026
ISBN: 978-1-958894-25-5
Verlag: Tektime
Format: EPUB
Kopierschutz: Adobe DRM (»Systemvoraussetzungen)

E-Book, Dutch, Flemish, 400 Seiten

ISBN: 978-1-958894-25-5
Verlag: Tektime
Format: EPUB
Kopierschutz: Adobe DRM (»Systemvoraussetzungen)



Een feelgood romantische komedie over tegenpolen die elkaar aantrekken, een langzaam opbloeiende liefde die zich afspeelt in New York City. Miranda Langbroek is een emotionele kunstenares. William Haruki Matsumura is een gereserveerde accountant. Zullen ze liefde vinden wanneer ze samenwerken om uit te zoeken wie haar schilderij heeft gestolen?

Een feelgood romantische komedie over tegenpolen die elkaar aantrekken en een langzaam opbloeiende liefde. Na tien jaar werken als serveerster en mijn ouders die willen dat ik een echte baan zoek, krijg ik eindelijk de kans om door te breken als kunstenares: mijn werk is geselecteerd voor de carrièrebepalende Vertex Art-show. Maar dan wordt mijn schilderij gestolen. Ik heb slechts enkele weken om het terug te vinden, anders raak ik mijn kunstenaarsdroom voorgoed kwijt. Maar dat betekent dat ik moet samenwerken met William. William Matsumura. Knap, als je van het type geheime agent houdt. Je weet wel, gezagsgetrouw, beschermer van vrouwen en kinderen. Dat is allemaal prima, maar hij is zo gesloten dat ik nooit kan uitmaken wat hij denkt. En dat maakt me gek, vooral als hij naar me kijkt alsof ik een emotioneel mijnenveld ben. Hij staat erop om samen met mij de diefstal te onderzoeken. Voor mijn bescherming. Dat zegt hij, maar wat hij bedoelt is: om mezelf tegen mezelf te beschermen. Alsof 'per ongeluk' bepaalde 'verboden' gebieden betreden 'inbraak' is. Samen met William op onderzoek uitgaan is best leuk, en spannend. Maar als ik één ding heb geleerd van de scheiding van mijn ouders, dan is het wel dat tegenpolen elkaar misschien aantrekken, maar niet bij elkaar blijven. Ik kan deze gevoelens niet vertrouwen, of toch wel?

Strobos Mijn Schalkse Liefde jetzt bestellen!

Weitere Infos & Material


1

Ik schuif mijn nepbril hoger op mijn neus en schuifel wat dichter naar de twee andere vrouwen toe om hun gesprek over het ultramarijnblauwe abstracte schilderij dat voor hen hangt, te kunnen volgen. Ik weersta de neiging om mijn steile, grijze haar aan te raken. Ik heb geleerd een pruik niet meer aan te raken als ik hem eenmaal op heb.

Deze kunstgalerie is een vierkante ruimte met witte muren in de wijk Tribeca, met schilderijen die op een afstand van 30 cm van elkaar hangen. In totaal zo’n twintig kleurrijke stukken. Door de koude airconditioning en de fleurige accenten heb ik het gevoel dat ik midden in een vanille-ijsje met regenbooghagelslag ben beland. Naast de ingang zit de galeriehoudster achter een glanzende balie van witlaminaat, typend op haar laptop. In de etalages worden twee grote schilderijen uitgelicht. Mijn ultramarijnblauwe schilderij was helaas niet goed genoeg voor die prominente plek.

Deze twee vrouwen vormen een onevenwichtig duo. De ene ziet eruit als een dame uit de Upper East Side, de voornaamste wijk van New York: gehuld in een strak, tweedelig mantelpakje en met onberispelijk, bruin haar, dat die ochtend duidelijk professioneel is geföhnd. De andere vrouw heeft wild, grijs haar en draagt een lange, zwierige rok en turquoise-gouden armbanden om haar polsen.

‘Is dit het schilderij dat Jade ons heeft aangeraden om te bekijken?’ vraagt de Kapseldame.

De Armbanddame kijkt naar het label. ‘Ik denk het wel. Ze zei dat we naar de werken van kunstenares Miranda Langbroek moesten kijken.’ Ze doet een stap achteruit. Haar vele armbanden rinkelen als ze haar handen in haar zij zet en naar het schilderij staart.

‘Ik zie niet in wat er zo bijzonder aan is,’ zegt de Kapseldame. ‘Ziet het er niet uit als elk ander abstract schilderij?’

Ik moet hoesten. En daarom zeggen mensen dat het nooit goed is om een gesprek over jezelf af te luisteren. Ik moet me wapenen, maar ik neem kritiek op mijn werk nog steeds persoonlijk op.

De twee vrouwen kijken me bezorgd aan.

‘Gaat het?’ vraagt de Armbanddame.

‘Het gaat prima. Er zit iets in mijn keel.’ Ik schraap mijn keel. ‘Ik denk dat dit schilderij zo uniek is door de penseelstreken waarmee de verf is aangebracht, bijna als golven van kleur die over je heen spoelen.’

‘Oh, interessant,’ zegt de Armbanddame. ‘Dat zie ik nu ook.’

‘Bent u van plan het te kopen?’ vraagt de Kapseldame me.

Dat is een moeilijke vraag om te beantwoorden. Sommige kopers houden van concurrentie en kopen het meteen als iemand anders geïnteresseerd is, om ze voor te zijn. Maar anderen trekken zich terug. Bovendien wil ik niet liegen en zeggen dat ik het ga kopen, terwijl ik de kunstenares ben die het probeert te verkopen. Ik weet nooit of mijn vermomming zal werken. Maar ik moet dit schilderij echt verkopen. Ik heb het geld nodig. En mijn agent, Jade, gaat me niet meer vertegenwoordigen als ik niet snel succes heb. Op de laatste kleine show waar ze me naartoe gestuurd had, heb ik niets verkocht.

‘Nee,’ zeg ik. ‘Ik vind het prachtig, maar ik heb het budget niet om het te kopen.’

‘Onze dealer zei dat we nu moeten toeslaan, voordat deze kunstenaar populair wordt na de Vertex-show,’ zegt de Kapseldame.

‘Ik weet het niet.’ De Armbanddame fronst haar wenkbrauwen.

Dit is een marteling. Waarom dacht ik dat het een briljant idee was om kunstliefhebbers heimelijk te overtuigen om mijn werk te kopen?

‘Je moet het alleen kopen als je het mooi vindt.’ Ik wil niet dat mijn schilderij in een kast belandt.

‘Ik vind de kleuren prachtig,’ zegt een mannenstem links van mij. ‘Weet je hoeveel het kost?’

Een lange, slanke man met dik, warrig zwart haar kijkt me aan.

William Haruki Matsumura.

William is de neef van Takashi Matsumura, de partner van mijn oom Tony.

Onze blikken kruisen elkaar.

Hij ziet er goed uit, als je van het geheime agent-type houdt. Ik niet. Ik weet nooit wat hij denkt en dat stoort me. Hij is stil, dus misschien zit hij vol diepe gedachten. Of misschien ook niet.

Als hij dat doet, verraadt hij waarschijnlijk de hele opzet. Maar hij kan me onmogelijk herkennen. Ik heb mijn huid verouderd met kleurschaduwen en highlights zodat ik eruitzie als een vrouw van vijfenzestig, en op mijn neus heb ik zelfs een bult aangebracht. Rechte, zilverkleurige lokken verbergen mijn golvende, rode haar, en ik draag een bril. Het is niet dat we elkaar zo vaak zien. Eén keer per jaar, als het al zo vaak is, op de feestjes van oom Tony.

De Armbanddame kijkt hem aan en haar ogen worden groot van waardering. Ze zet een stap dichterbij.

‘Vind je het mooi?’ Ze legt haar hand suggestief op zijn arm.

Hij glimlacht en kijkt naar haar hand. ‘Ja, heel erg.’

Ieuw. Hij kan het maar beter nog steeds over het schilderij hebben.

‘Wat vind jij mooi aan het schilderij?’ vraag ik.

‘Ik heb het gevoel dat het beweging uitstraalt, bijna als de rimpelingen in water.’ Hij zwaait met zijn hand langs het doek.

Ik staar hem aan. Hij begrijpt het . ‘En het cadmiumgeel?’

‘Het geel en oranje geven het schilderij warmte.’

‘Ja. Het citroengeel en perzik hier zijn als een warme omhelzing van een heet zandstrand.’

‘Het maakt me blij,’ zegt hij.

Mijn borstkas vult zich met emotie. Ik moet een traantje wegpinken en kijk weg, naar een schilderij naast het mijne met zwarte, rode strepen en prikkeldraad. Ik huiver. Het vormt een mooi contrast. Ik glimlach naar William.

‘Dan moet je het kopen,’ zeg ik. Voeg de daad bij het woord.

‘Wel, alleen als jullie het niet willen,’ zegt hij tegen de twee andere vrouwen. ‘Dames eerst, natuurlijk.’

‘Misschien moeten we het kopen,’ zegt de Kapseldame.

‘Alleen als je het mooi vindt,’ zeg ik.

William schudt zijn hoofd naar me.

‘Ik word er ook blij van,’ zegt ze.

‘Oh, ik voel me nu zeker gelukkiger.’ De Armbanddame kijkt naar William. ‘Ik vind het leuk om andere kunstverzamelaars te ontmoeten. Heb je een uitgebreide kunstcollectie? Misschien wil je die van mij wel eens zien.’

De Kapseldame vertrekt en loopt naar de galeriehouder. Ze haalt haar creditcard tevoorschijn. Ik houd mijn adem in. Ze tekent op de iPad. De galeriehouder komt naar me toe en plaatst een klein groen stipje naast mijn schilderij.

De felbegeerde groene stip. Ik heb een schilderij verkocht. Ik glimlach en de spanning verdwijnt uit mijn schouders. Dat is een aanzienlijk deel van de huur van deze maand. Nu zal Jade meer bereid zijn om me te blijven vertegenwoordigen en dat is een goed voorteken voor de Vertex Art-tentoonstelling. Misschien wordt mijn talent eindelijk erkend en zullen enkele grotere galeries mijn kunstwerken opnemen. Dan kan ik mijn droom om een carrière als kunstenaar na te streven, werkelijkheid laten worden. Ik hoef dan niet meer met samengeknepen tanden te glimlachen bij opmerkingen als: ‘Ik zou ook een hobby moeten zoeken, net als jij met schilderen.’

Tijd om te vluchten voordat ik ontdekt word als de kunstenares. Kunstenaars hebben een zekere vrijheid om creatief te zijn, maar mezelf vermommen om gesprekken af te luisteren en mensen over te halen mijn werk te kopen, valt misschien wel onder gestoord gedrag.

‘Gefeliciteerd,’ zeg ik tegen hen. ‘Het was leuk jullie te ontmoeten.’

Ik draai me om en loop langzaam de voordeur uit.

Zodra ik buiten ben, versnel ik mijn pas.

Ik wandel de paar woonblokken naar Canal Street, langs een restaurant en een winkel die rookartikelen verkoopt. Een paar jongens hangen buiten rond en een zoete kruidnagelgeur vult de lucht. Het is vandaag warmer dan normaal voor een lentedag.

Ik kan mijn pruik niet afzetten omdat ik hem niet veilig kan meenemen. Hij moet terug op een mannequinhoofd worden gezet, zodat de vorm niet verpest raakt.

Ik steek de straat over naar de andere kant, waar een overwegend okerkleurig postkantoor met een zwarte, terracotta basis die bedekt is met graffiti, het hele blok in beslag neemt.

‘Hé!’

Ik draai me om. Het is William die aan komt joggen. Hij lijkt me niet het type dat met vreemden praat.

‘Oh ja, leuk je weer te zien,’ zeg ik, maar een beetje afstandelijk, zoals een oudere vrouw dat zou doen als ze wordt aangesproken door een vreemde met wie ze even heeft gepraat in een galerie. ‘Heb je al genoeg gezien van de tentoonstelling?’

‘Ik was daar alleen om dat schilderij te bekijken, , dat die dames hebben gekocht. Mijn oom had me gezegd om de tentoonstelling te bezoeken. Miranda Langbroek is de nicht van zijn partner.’

Hij herkent me niet. Dat is geweldig.

‘Ze heeft echt talent. Ken je haar?’ vraag ik. ‘Ze moet geweldig zijn.’

Hij kijkt me aan en zegt wrang: ‘Ja, ik ken haar.’

‘En is ze geweldig?’

‘Als je geweldig bedoelt in de zin van verbijsterend of verrassend of ...’

Ik snuif. ‘Meer in de zin van verbazingwekkend indrukwekkend. Als je haar kent, moet je haar kunstwerken kopen vóór de Vertex Art-tentoonstelling.’

‘Heb je nog meer schilderijen te koop?’

Alleen maar een muur vol onverkochte schilderijen.

‘En waarom ben je gekleed als een oudere vrouw, Miranda?’

Ik stop. Bah. Ik kan niet geloven dat hij me voor de gek heeft gehouden.

‘Om mensen te bespioneren die mijn schilderij bekijken en hen over te halen om...



Ihre Fragen, Wünsche oder Anmerkungen
Vorname*
Nachname*
Ihre E-Mail-Adresse*
Kundennr.
Ihre Nachricht*
Lediglich mit * gekennzeichnete Felder sind Pflichtfelder.
Wenn Sie die im Kontaktformular eingegebenen Daten durch Klick auf den nachfolgenden Button übersenden, erklären Sie sich damit einverstanden, dass wir Ihr Angaben für die Beantwortung Ihrer Anfrage verwenden. Selbstverständlich werden Ihre Daten vertraulich behandelt und nicht an Dritte weitergegeben. Sie können der Verwendung Ihrer Daten jederzeit widersprechen. Das Datenhandling bei Sack Fachmedien erklären wir Ihnen in unserer Datenschutzerklärung.