Kawamura | Fujisan | E-Book | www2.sack.de
E-Book

E-Book, Dutch, Flemish, 272 Seiten

Reihe: De Vlietende Wereld

Kawamura Fujisan


1. Auflage 2023
ISBN: 978-90-832757-1-0
Verlag: PublishDrive
Format: EPUB
Kopierschutz: 0 - No protection

E-Book, Dutch, Flemish, 272 Seiten

Reihe: De Vlietende Wereld

ISBN: 978-90-832757-1-0
Verlag: PublishDrive
Format: EPUB
Kopierschutz: 0 - No protection



Een brug in Kyoto: John ontmoet midden in de nacht de mysterieuze, oude prentkunstenaar Katsushika Hokusai en de wereldberoemde musicienne Ichi. Het is het begin van een indringende confrontatie met het verleden. John wordt gekweld door schuldgevoel en schaamte over keuzes die hij twintig jaar geleden heeft gemaakt. Ichi is op zoek naar haar afkomst. Een vertelling over schuld, liefde en verraad. Een zoektocht naar oprechtheid.


De Vlietende Wereld is een wereld waarin we de vergankelijkheid van het leven trachten te ontkennen door ons over te geven aan vermaak en plezier. Het is een schijnwereld waarin we ons anders voordoen dan we zijn, waarbij we steeds het conflict voelen tussen het verlangen om oprecht te zijn en het verlangen om gezien en gehoord te worden, bijzonder te zijn.


Fujisan (Japans voor de berg Fuji) is de eerste van een serie van vijf vertellingen uit de Vlietende Wereld. Een reis door de tijd, naar de oorsprong van wie wij zijn, om te ontdekken wat bepaalt wie jij bent.


Kawamura is het pseudoniem van een Nederlandse schrijver. Met Fujisan creëerde Kawamura een magische wereld gebaseerd op de prenten en het leven van de beroemde Japanse prentkunstenaar Katsushika Hokusai. En niet alleen dat, Hokusai zelf speelt ook een hoofdrol...


Met illustraties van Senne Trip

Kawamura Fujisan jetzt bestellen!

Weitere Infos & Material


Dag 1 – John

Ik ben teruggekeerd naar het verleden. Teruggekeerd naar de plek waar het allemaal begon. Haar wereld. Tot voor kort had ik dat niet gekund, maar nu ben ik hier zonder angst en lig ik midden in de nacht ontspannen op mijn futon. De herinneringen die me zolang hebben gekweld, hebben hun lading verloren. Het is alsof ik met een gum door de tekeningen van mijn leven ben gegaan en hier en daar de emoties heb uitgevlakt.

De trage, melancholieke klanken van fluit en klarinet worden afgewisseld door de tedere tonen van de harp in het Introduction et Allegro van Ravel. Het is een van mijn favoriete nummers. De muziek begint ingehouden, om steeds meer aan kracht te winnen. Het is de voorbode van een sluimerende golf van energie die omhoogkomt om alles in beweging te brengen, en zo nodig over de kop te gooien. Ik bevind me boven op de golf en laat me meedrijven. Ik voel de kracht, het doet mijn lichaam trillen.

‘John!’

Ik hoor mijn naam roepen. De golf kent mijn naam.

‘John, word wakker!’

Niet alleen de golf schudt me heen en weer, maar iemand beweegt mijn lichaam. Ik open mijn ogen en ontwaar in het halfdonker het silhouet van een vrouw. Haar hoofd is vlak bij het mijne, en ik realiseer me dat het mijn gastvrouw Mitsuyou is.

‘John, we moeten het huis uit!’

De trilling uit mijn droom heeft zich uitgestrekt naar de werkelijkheid en het hele huis beweegt. Ik doe mijn koptelefoon af, spring uit bed en trek snel een overhemd en broek aan. Het huis kreunt en kraakt, en ik ben dankbaar voor de imposante balken die het dak dragen. Op de trap naar de begane grond moeten we ons vastgrijpen aan de leuning. We wankelen en leunen tegen elkaar. De lampen boven de trap slingeren heen en weer en doen onze schaduwen grillig over de trap fladderen, als dronken geesten. Ik volg het lange, loshangende haar van Mitsuyou, dat bij elke trede over haar schouders golft. Bij de schuifdeur naar buiten doen we snel onze schoenen aan en stappen de straat op.

In het smalle straatje voor het huis waar ik een kamer heb gehuurd, drommen de mensen bijeen, op zoek naar een veilig heenkomen. Ik zie strakke, serieuze gezichten. Er wordt niet gesproken. Mensen houden elkaar vast en wachten af wat er gaat gebeuren. Men berust: hier is een kracht aan het werk die het voorstellingsvermogen te boven gaat.

Mitsuyou staat vlak bij me. Ze draagt een eenvoudige blauwe yukata. Alsof ze mijn gedachten raadt, verontschuldigt ze zich voor haar kleding, die ze gehaast moet hebben aangetrokken. Het is ook de eerste keer dat ik haar met loshangend haar zie. Het hangt tot over haar borsten. Ik kijk naar haar fijngetekende gezicht en haar ogen, waarin het licht van de lantaarns weerkaatst. Ze kijkt ook naar mij en de licht spottende blik in haar ogen doet vermoeden dat ze heeft gezien of gevoeld dat ik haar observeerde, maar ze zegt verder niets. Ik doe er ook maar het zwijgen toe.

Zo staan we tot het beven langzaam wegebt en de mensen naar hun huizen beginnen terug te keren. Ze praten zachtjes, alsof ze bang zijn om het nieuwe evenwicht te verstoren. Mitsuyou en ik zijn de laatsten die in beweging komen, alsof we ons verbond niet willen verbreken. Ik wil haar volgen, maar bedenk me dan. Ik vraag of ze met me mee wil wandelen, maar ze schudt het hoofd, glimlacht naar me, en gaat naar binnen.

Traag loop ik omhoog. Er is niemand meer, maar vrijwel overal brandt nog licht. Het straatje buigt links af en komt uit op een brede straat. Ik sla rechts af en beklim een stenen trap naar een hoger gelegen deel van de wijk en vervolg mijn weg verder omhoog richting de Kiyomizudera-tempel. De straten zijn uitgestorven en, zoals overal in Japan, schoon. De tempel, omringd door een krans van rode bladeren, torent hoog boven mij uit. Tegenover de afgesloten toegangspoort bevindt zich het wachtlokaal waar de bewaking mij verveeld gadeslaat. Ik knik hen toe en vervolg mijn weg, nu naar beneden.

Nergens is er een spoor te zien van het natuurgeweld dat zojuist nog de huizen deed trillen. Voor de zoveelste keer, veronderstel ik. Soms zullen ze het geweld doorstaan hebben, andere keren moesten de woningen worden herbouwd, zodat een nieuwe structuur en vorm ontstonden. Of misschien bleef de structuur hetzelfde en veranderde alleen de vorm. Ongetwijfeld trachtte men de schade zodanig te herstellen dat het leek alsof er niets was gebeurd. Als dat niet kon, ontstond iets nieuws. Dat voelt in het begin vreemd aan, totdat de herinnering aan het oude is vervaagd en het nieuwe het oude is geworden, bekend en vertrouwd. Hier in deze straten is er voor mij geen oud en nieuw. Ik weet niet of die dakpan gisteren ook al scheef lag. Voor mij herinnert de dakpan niet aan de gebeurtenis van zojuist of welke gebeurtenis dan ook. Ik veronderstel dat er iets is gebeurd waardoor de dakpan, die eerst recht lag, nu scheef ligt. Maar misschien was de dakdekker dronken, of had hij zijn dag niet, en heeft de dakpan altijd al scheef gelegen. Waarschijnlijk is dat laatste overigens niet, de Japanse zorgvuldigheid in beschouwing nemend.

Ook mijn traditionele Japanse ontbijt, met thee, vis en rijst, dat ik elke ochtend voor de deur van mijn kamer vind, ademt diezelfde zorgvuldigheid uit. Mitsuyou prepareert het ontbijt voordat ze naar haar werk gaat. Meestal ben ik al wakker en hoor ik het kraken van de traptreden als Mitsuyou zachtjes naar boven komt en het ontbijt voor de deur zet. Daarna is het even stil voordat ze weer naar beneden gaat.

Toen ik in Kyoto aankwam, zocht ik een kamer waarbij ik niet van tevoren hoefde aan te geven hoelang ik zou blijven. Dat was voor haar geen probleem. Het huis, dat ze van haar ouders had geërfd, bevindt zich in een rustig straatje in de zeer drukke en toeristische wijk Higashiyama. Een machiya, gerenoveerd, met traditionele details. Van buiten kom je via een schuifdeur, met houten traliewerk, in een piepklein halletje waar je je schoenen achterlaat. Je stapt in de klaarstaande sloffen op de verhoogde vloer van het gangetje, rechtdoor meteen de kleine keuken in, of rechts richting de badkamer en de steile trap naar de eerste verdieping. Bij de keuken hoort een balkonnetje dat boven een beekje ligt. Op de eerste verdieping bevinden zich de twee slaapkamers. De mijne links van het gangetje, aan de straatkant, die van mijn gastvrouw rechts. De slaapkamers zijn van het gangetje gescheiden door verschuifbare panelen met een houten rasterwerk waarop papier is bevestigd. Op de tatamivloer van mijn slaapkamer ligt een futon.

Mitsuyou werkt als arts in een kliniek. Ze vertrekt ’s ochtends vroeg en komt pas in de loop van de avond terug. Ze leeft voor haar werk. Vrienden of familie heb ik tijdens de eerste drie weken van mijn verblijf nog niet gezien. Ik heb het huis de hele dag voor mezelf. Als ik reis, verblijf ik meestal in hotels en nu woon ik opeens samen. Ik vind haar leuk en aantrekkelijk. Het smeult tussen ons, maar het is nog niet tot ontbranding gekomen. Soms staat ze dicht bij me, raken onze handen elkaar, maar er is een onuitgesproken grens die we niet overschrijden.

Ik kan me niet voorstellen dat ze geen relatie heeft gehad, maar in het huis staan nergens foto’s en ze heeft het alleen over haar zus, dus ik vermoed dat ze ook geen kinderen heeft. We hebben het over wat we hebben beleefd op de dag dat we elkaar spreken. Bij mij is dat wat me is opgevallen tijdens mijn wandelingen, bij haar wat ze op haar werk heeft meegemaakt. Altijd aan de keukentafel. Als ze vroeg terug is van haar werk kookt ze en eten we samen. Soms haal ik wat te eten en dat eet zij dan als ze laat thuiskomt. Veel woorden hebben we daarvoor niet nodig. Het is vanzelfsprekend.

De met natuurstenen geplaveide, smalle historische straatjes zijn verlaten. De talloze souvenirwinkels en restaurants zijn gesloten, houten luiken voor de ramen. Overdag zijn ze het domein van ontelbare bezoekers die een glimp willen opvangen van het verleden, van de tijd dat handelslieden en ambachtslieden hun goederen verkochten aan vrouwen in kimono, de samoerai trots door de straten schreden, en de courtisanes hun diensten aanboden aan wie ervoor wilde betalen. De bezoekers van deze tijd trachten zich glimlachend, en met uitgestrekte arm, te verbinden met de tijd van toen. Op zoek naar vluchtigheid. Of misschien juist niet, willen ze laten zien dat ze bestaan. Voor altijd, door hun ervaring vast te leggen en te delen, zodat iedereen er getuige van is en het onderdeel wordt van onze gezamenlijke berg herinneringen.

Nu het donker is, krijgt het verleden pas echt de ruimte om te herleven. Ik hoor de zachte tonen van de koto en een geisha komt me tegemoet, haar gelaatstrekken verborgen onder een laag witte schmink. Onbewogen door wat ze ziet, waar ze is en in welke tijd. Ze loopt vlak langs me heen en ik ruik de geuren van bloemen die ik niet ken. Als ik me omdraai om haar na te kijken, is ze verdwenen.

Ik wandel verder de berg af richting de Kamorivier; langs tempels; onder de felgekleurde herfsttooi van bomen. Het is nog steeds warm, ik heb dorst en de overal aanwezige frisdrankautomaten kijken me uitnodigend aan. Ik voel in mijn broekzak, meestal zitten er wel een paar munten of bankbiljetten in, maar dit keer voel ik tevergeefs. Ik loop langs de oude tram, de musea en het Rohmtheater. Langs het Okazaki-kanaal volg ik het voetpad richting de rivier. Rode bladeren knisperen onder mijn voeten, terwijl aan mijn rechterzijde het water zachtjes voorbij kabbelt.

Op een brug over het Okazaki-kanaal, vlak bij de waterkrachtcentrale, staat een man. Vanuit de verte dacht ik dat ik het me verbeeldde, maar als ik dichterbij kom, blijkt de schim vorm te krijgen en te bewegen. Leunend op een wandelstok maakt hij met zijn rechterhand bewegingen in...



Ihre Fragen, Wünsche oder Anmerkungen
Vorname*
Nachname*
Ihre E-Mail-Adresse*
Kundennr.
Ihre Nachricht*
Lediglich mit * gekennzeichnete Felder sind Pflichtfelder.
Wenn Sie die im Kontaktformular eingegebenen Daten durch Klick auf den nachfolgenden Button übersenden, erklären Sie sich damit einverstanden, dass wir Ihr Angaben für die Beantwortung Ihrer Anfrage verwenden. Selbstverständlich werden Ihre Daten vertraulich behandelt und nicht an Dritte weitergegeben. Sie können der Verwendung Ihrer Daten jederzeit widersprechen. Das Datenhandling bei Sack Fachmedien erklären wir Ihnen in unserer Datenschutzerklärung.