Jansma | Onderstroom | E-Book | www2.sack.de
E-Book

E-Book, Dutch, Flemish, 350 Seiten

Jansma Onderstroom

Onder het oppervlak bevinden zich de grootste geheimen
1. Auflage 2024
ISBN: 978-94-6109-870-2
Verlag: De Crime Compagnie
Format: EPUB
Kopierschutz: 0 - No protection

Onder het oppervlak bevinden zich de grootste geheimen

E-Book, Dutch, Flemish, 350 Seiten

ISBN: 978-94-6109-870-2
Verlag: De Crime Compagnie
Format: EPUB
Kopierschutz: 0 - No protection



Onder het oppervlak bevinden zich de grootste geheimen. Door de gewelddadige dood van haar dochter Insa is Hesters leven vrijwel volledig verwoest, haar huwelijk gestrand en haar zeilschool in financiële moeilijkheden geraakt. Als na twee jaar alle cursussen eindelijk weer zijn volgeboekt komt Timo, een goede vriend van Insa, terug voor zeillessen. En hij is niet alleen, ook Timo's vader is meegekomen en het is duidelijk dat hij een oogje op Hester heeft. Dan wordt er in de buurt een meisje vermoord en een tweede zwaar verwond en begint Hester te vermoeden dat Insa's moordenaar is teruggekeerd. Of nooit is weggeweest...

Linda Jansma (1967) schrijft psychologische thrillers met een maatschappelijk thema. Door haar filmische beschrijvingen en oog voor detail weet zij haar lezerspubliek aan zich te binden. Ook gedegen research draagt bij aan de authenticiteit van haar verhalen en zorgt ervoor dat ze als levensecht worden ervaren. Inmiddels heeft Linda zestien titels op haar naam staan, waaronder de bestsellers Kwetsbaar en Verbroken. Haar debuut Kwetsbaar won de Schaduwprijs, stond op de longlist van de Gouden Strop en is inmiddels in het Engels vertaald. Houvast en Verbroken kregen een plek op de longlist van de Diamanten Kogel en Schuilplaats werd uitgeroepen tot Beste Vrouwenthriller 2013. Van Verbroken werden de filmrechten verkocht. Ook schreef Linda de driedelige thrillerserie Cirkel van het kwaad, over de zoektocht naar de ware toedracht van een twintig jaar oude moord. Na Schaduwkinderen (deel 1) en Uitverkoren(deel 2) werd het laatste deel, Bloedband, weer een bestseller.
Jansma Onderstroom jetzt bestellen!

Autoren/Hrsg.


Weitere Infos & Material


-1-

Ik herinner het me als de dag van gisteren. De lijnen die tegen de mast klapperden, de wind die het grootzeil liet bollen. De verwachtingsvolle gezichtjes van de twee kinderen in oranje reddingsvesten die gespannen in de kuip zaten en toekeken terwijl hun derde zeilmaatje het grootzeil van de ene naar de andere kant overzette. Ik vroeg de kinderen hoe deze manoeuvre werd genoemd en op het moment dat uit alle drie de monden ‘Gijpen!’ werd geroepen, zag ik hem staan. Op de steiger die het dichtst bij de zeilschool lag. Zijn armen hingen verslagen langs zijn lichaam en ik wist meteen dat het mis was.

‘Ze hebben haar gevonden,’ zei hij zacht, zodra ik had aangemeerd. De drie kinderen – twee meisjes, één jongen, alle drie dertien jaar oud – waren meteen aan de slag gegaan met het nachtklaar maken van de zeilboot en hadden niet door dat de woorden een einde maakten aan mijn geluk.

Ik weet nog dat ik niets zei. Behalve het feit dat ik niets wíst te zeggen, kón ik het ook niet. Er waren geen woorden die konden omschrijven wat er door me heen ging, wat ik voelde. De zin ‘ze hebben haar gevonden’ drukte het onweerlegbaar in al zijn gruwelijkheid uit: ze was dood. En ik stond daar maar. Totdat Gerlof me uiteindelijk in zijn armen nam en tegen zich aandrukte. Pas toen kwamen de tranen.

..

Ze zijn nog jong, de kinderen die in een rijtje op de steiger staan. Hun haren zijn vochtig van de zojuist afgeronde zeilles en ik kan zien dat ze stuk voor stuk genoten hebben. Hun ogen glinsteren en Meike, met haar tien jaar de oudste van deze groep, kan van opwinding bijna niet stil blijven staan.

Ik glimlach. Hier hou ik het meest van: lesgeven aan de kleintjes. Ze zijn altijd zo onbevangen, zo… onschuldig. Ze slurpen de informatie op als een spons, met een enthousiasme dat ik ze zo graag wil laten behouden. Meestal lukt dat ook wel; heel wat kinderen die hier leren zeilen komen elk jaar terug en eindigen soms zelfs als instructeur. Zoals Felix. En Thymen. Roelie. Nou ja, Roelie is nu nog assistent-zeilinstructeur, maar doet over een poosje examen voor cwo-3 – de Nederlandse diplomalijn voor alle watersportopleidingen – en mag daarna een proeve van bekwaamheid afleggen om toegelaten te worden tot de cursus instructeur 2.

‘En wanneer is een zeilboot bestuurbaar?’ vraag ik aan de groep.

‘Als er wind is!’ roept een van de jongens.

‘Ja,’ zeg ik. ‘Dat is natuurlijk wel een beetje zo, maar…?’ Ik kijk ze een voor een aan en als geen van hen snapt waar ik op doel, ga ik verder met: ‘Waar zorgt de wind voor?’

‘Voor snelheid,’ zegt Meike.

Ik knik. ‘En dus?’

‘Als hij snelheid heeft!’ roept Meike nu.

‘Juist,’ beaam ik. ‘Een zeilboot is alleen bestuurbaar als hij snelheid heeft.’ Ik laat mijn blik weer langs de kinderen gaan. ‘Want bewegen en besturen zijn twee verschillende dingen. Om te kunnen sturen moet het water langs het roer stromen om effect te kunnen hebben op het roerblad. En dat gebeurt alleen als de boot snelheid heeft.’

Er wordt driftig geknikt.

‘Goed, dan gaan we ons nu even opknappen en wachten tot de andere boten binnen zijn voordat we gaan eten,’ zeg ik, terwijl ik de kinderen een voor een voor me uit van de steiger leid. ‘Morgen gaan we aan de gang met schootvoeren. En wie alvast wil weten wat dat is, kan het opzoeken in het boek.’

De helft ervan gaat dat doen, weet ik inmiddels. Onder anderen Meike. Die is zo enorm gedreven. Een kind zoals zij zit er altijd wel bij en zij zijn het die me elke keer weer doen beseffen dat ik niets anders zou willen doen dan dit.

Ik loop nog even op en neer over de steiger om te checken of de boten allemaal goed vastliggen, controleer hier en daar of de landvast op de juiste manier om de kikker geknoopt zit en onthoud bij wie dat niet zo is, zodat ik diegene morgen nog wat extra instructies kan geven.

Terwijl ik mijn automatische reddingsvest openklik voel ik de zon op mijn gezicht branden. We hebben geluk dit jaar; het is een topzomer. Misschien dat de volgeboekte zeilweken eindelijk het begin inluiden van betere tijden. De afgelopen twee jaar waren moeilijk, vooral na die dag. Gerlof had me beloofd dat we het gingen redden. Dat de pijn minder zou worden. Inmiddels weet ik dat dat niet zo is. De pijn blijft, alleen je weet het beter te verbergen. Ik wel, in elk geval. Gerlof bleek er toch wat minder goed mee om te kunnen gaan en verliet mij en de kinderen vorig jaar, vlak voor de zomer. Hij liet alles achter, mij, onze kinderen Jort en Silke, ons huwelijk. En de zeilschool die toen al in de rode cijfers verkeerde. Ik heb geen idee waar Gerlof nu is en het interesseert me ook niet. De kinderen vragen nooit naar hem en dat vind ik prima. Maar mochten ze hem ooit willen opzoeken, dan zal ik ze niet tegenhouden; hij blijft tenslotte hun vader.

‘Hester.’

De stem doet me opschrikken en ik kijk opzij naar de iets gezette man met lichtblond haar die naast me is opgedoken. ‘Jelmer,’ zeg ik verrast.

De man bekijkt me met een intense blik en ik weet wat hij ziet: een vrouw van tweeënveertig, lang en slank, misschien zelfs iets te mager, kort, krullend donkerblond haar en groenblauwe ogen die iets te diep in hun kassen liggen. Ik ben niet op mijn best, ook dat weet ik. Toch glimlacht hij.

‘Wat fijn je weer te zien,’ zegt hij.

‘Ja,’ reageer ik. ‘Hoe heb je gereserv…’

‘Via Jort,’ onderbreekt hij me. Opnieuw glimlacht hij, nu een beetje verontschuldigend. ‘Ik wist niet of je ons wel wilde zien.’

Ons?

Nu pas merk ik de tweede man op, vlak achter Jelmer. Jong, gespierd, zongebruinde benen onder een witte short en net zulk blond haar als zijn vader.

‘Timo?’ vraag ik.

Jelmer slaat zijn arm om de schouders van de jongen – hoe oud zal hij nu zijn, twintig? Niet ouder in elk geval – en trekt hem tegen zich aan. ‘Timo wilde eigenlijk niet mee,’ zegt hij. ‘Maar ik heb hem overgehaald.’

Timo kijkt me kort aan en slaat dan zijn ogen neer. Ik kan er niets aan doen dat ik hem weer voor me zie. Twee jaar geleden. Met Insa, mijn jongste dochter. In de zomer die haar laatste zou zijn. Gek was ze op hem. En hij op haar. Gerlof noemde het kalverliefde. Tenslotte was Insa pas zestien en Timo achttien. Toch leek het me toen behoorlijk serieus.

‘Hoe gaat het met je, Timo?’ vraag ik.

‘Goed.’ Het komt er zo snel uit dat het me er meteen van overtuigt dat het helemaal niet goed gaat. Hij was er kapot van, toen Insa… toen ze… nadat ze gevonden was. Hij wilde meteen naar huis, leek gebroken. Maar er was nog iets. Iets waar ik mijn vinger niet op kon leggen. De blik in zijn ogen toen hij in de auto van zijn vader stapte… Ik las er niet alleen verdriet en pijn in. Nee, er was meer. Schuldgevoel leek het wel, heel diep schuldgevoel. En op dat moment kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat hij meer wist over wat er met Insa gebeurd was.

‘Vorig jaar wilde hij ook al niet,’ gaat Jelmer verder, alsof Timo er helemaal niet bij staat. ‘Maar hij moet nu toch echt trainen voor zijn cwo-certificaat Vergevorderde.’

Ik kijk naar Timo, die niet van plan lijkt deel te nemen aan het gesprek. Dat verbaast me; hij was altijd een gemakkelijke prater, zat nooit om woorden verlegen. Net als Insa; die twee konden uren met elkaar kakelen, daar was een vol kippenhok niets bij.

‘Dat kun jij wel zeggen, maar Timo moet het ook willen,’ zeg ik. ‘Timo?’

Hij haalt zijn schouders op en mompelt iets.

‘Natuurlijk wil hij dat,’ zegt Jelmer, terwijl hij Timo weer tegen zich aan trekt. ‘Toch, jongen?’

Timo knikt, maar het is niet van harte.

‘Dan gaan we daaraan werken,’ zeg ik. ‘Je kunt trainen in de Randmeer. In die boot kan Thymen je goed begeleiden.’ En tegen Jelmer: ‘Hebben jullie binnen al gemeld dat jullie zijn gearriveerd?’

‘Nee, dat gaan we nu doen.’ Hij wijst over zijn schouder naar de gloednieuwe, zilverwitte Polestar die voor de deur van het hoofdgebouw staat. ‘Even onze tassen pakken.’ Hij draait zich om en beent met grote stappen van ons weg.

Ik kijk hem na en richt mijn blik dan weer op Timo. Die schuifelt met zijn voeten en kijkt me van onder zijn krullende wimpers even kort aan. Het lijkt alsof hij iets wil zeggen, maar hij doet het niet.

‘Ik wil Meike de Groot eigenlijk in een andere groep zetten,’ zeg ik die avond tijdens het overleg, nadat iedereen verslag heeft gedaan van de afgelopen dag. ‘Ze leert zo snel, de anderen kunnen haar niet bijhouden.’ Ik kijk de groep rond en mijn blik blijft hangen op Thymen de Jong, een van onze vaste zeilinstructeurs. Hij is een knappe jongen, met kort, ravenzwart haar, een zongebruinde huid en donkere ogen. Half onderuitgezakt zit hij op zijn stoel en tikt met een pen op tafel. Hij lijkt mijlenver weg met zijn gedachten. ‘Thymen?’ vraag ik. ‘Kun jij er nog eentje bij hebben?’

Roelie Franken, onze zestienjarige scholiere die hier in de vakanties als assistent-instructeur werkt, geeft hem een stevige por met haar elleboog als hij niet reageert.

Meteen schiet Thymen overeind en werpt haar een boze blik toe, maar merkt dan dat alle anderen rond de tafel naar hem kijken. ‘Sorry,’ zegt hij. ‘Ik was even ergens anders met mijn gedachten.’

Bij je eigen zeilboot, zeker.

Ik denk het, maar zeg het niet hardop. Dat zou ook wel erg onaardig zijn. Thymen spaart al jaren voor een zeiljacht waarmee hij de...



Ihre Fragen, Wünsche oder Anmerkungen
Vorname*
Nachname*
Ihre E-Mail-Adresse*
Kundennr.
Ihre Nachricht*
Lediglich mit * gekennzeichnete Felder sind Pflichtfelder.
Wenn Sie die im Kontaktformular eingegebenen Daten durch Klick auf den nachfolgenden Button übersenden, erklären Sie sich damit einverstanden, dass wir Ihr Angaben für die Beantwortung Ihrer Anfrage verwenden. Selbstverständlich werden Ihre Daten vertraulich behandelt und nicht an Dritte weitergegeben. Sie können der Verwendung Ihrer Daten jederzeit widersprechen. Das Datenhandling bei Sack Fachmedien erklären wir Ihnen in unserer Datenschutzerklärung.