Jansma | Doelwit | E-Book | www2.sack.de
E-Book

E-Book, Dutch, Flemish, 350 Seiten

Jansma Doelwit


1. Auflage 2014
ISBN: 978-94-6109-162-8
Verlag: De Crime Compagnie
Format: EPUB
Kopierschutz: 6 - ePub Watermark

E-Book, Dutch, Flemish, 350 Seiten

ISBN: 978-94-6109-162-8
Verlag: De Crime Compagnie
Format: EPUB
Kopierschutz: 6 - ePub Watermark



Eerwraak Als Judi op een nacht op haar woonboot wordt overvallen, ontsnapt ze ternauwernood aan de dood. De dader ontkomt, maar Judi weet wie het is. Drie jaar geleden moest ze voor hem vluchten en onderduiken in Amsterdam, nadat ze zijn zus Leila had geholpen te ontkomen aan de dodelijke eerwraak van haar familie. De politie gelooft haar niet wanneer ze zegt dat hij weer terug is. Zelfs als Leila zwaargewond in het ziekenhuis belandt en haar zoontje Cem verdwijnt, is er niemand die Judi serieus neemt. Helemaal op zichzelf aangewezen besluit ze het heft in eigen hand te nemen en Cem terug te halen. Maar hierbij onderschat Judi de moordlustigheid van de persoon die koste wat kost wraak wil.

Linda Jansma (1967) is een publiekslieveling. Haar boeken prijken steevast bovenaan de toplijsten op lezersites. Ze won met haar debuut Caleidoscoop De Schaduwprijs. Haar tweede boek, Tweestrijd werd nummer drie in de verkiezing tot Beste Vrouwenthriller Aller Tijden. Houvast bracht het tot de longlist voor de Diamanten Kogel en Schuilplaats werd nummer 1 in de verkiezing tot Beste Nederlandse Vrouwenthriller 2013. In maart 2014 verscheen haar nieuwste thriller over eerwraak: Doelwit.
Jansma Doelwit jetzt bestellen!

Autoren/Hrsg.


Weitere Infos & Material


vrijdagnacht 17 augustus 2012

Met een ruk trek ik de deur open en sleur hem nog net niet naar binnen. ‘Waar bleef je nou?’ Het klinkt boos, maar eigenlijk ben ik blij hem te zien.

‘Lieve schat, ik moet wel helemaal uit Doetinchem komen, weet je nog wel?’

Zwijgend kijk ik links en rechts de door straatlantaarns schaars verlichte gracht af, voordat ik de deur sluit en hem voorga naar de kleine woonkamer.

‘Ik wist niet dat je op een boot woonde,’ zegt hij, terwijl hij me volgt en tegelijkertijd om zich heen kijkt.

‘Het is nu niet echt het moment om over mijn huis te discussiëren,’ zeg ik gejaagd. ‘Hij was hier, Ben. Hij probeerde me te vermoorden!’ En nog voordat hij kan reageren: ‘Is Leila veilig?’

Hij knikt. ‘Martha is bij haar. Samen met twee agenten van de Amsterdamse politie.’

Opgelucht zucht ik. Sinds ik hem ruim anderhalf uur geleden belde, heb ik doodsangsten uitgestaan. Niet alleen voor mezelf, maar vooral voor Leila. En de kleine. Ze had niet opgenomen toen ik haar belde en ik kon ook niet naar haar toe, ondanks dat ze nog geen tien minuten hiervandaan woont. Stel dat hij zich buiten schuilhield? Hij zou me kunnen volgen en zo achter haar adres komen. Als hij dat nog niet weet, tenminste. Hij weet ook waar ik nu woon. Hoe is hij daar trouwens achter gekomen?

‘Heb je wat gezien buiten?’ wil ik weten. ‘Hém?’

Hij schudt zijn hoofd. ‘Judi…’ begint hij met die klank in zijn stem waar ik me vroeger ook al aan ergerde. ‘Weet je heel zeker dat hij het was?’

Even strijden boosheid en verontwaardiging om het hardst. ‘Die stem herken ik uit duizenden, Ben,’ zeg ik. ‘Hij heeft…’ Ik buig mijn hoofd, kan niet verder praten en knijp mijn handen uit pure onmacht tot vuisten. Dan kijk ik weer op. ‘Hij was het. Honderd procent zeker!’

‘Hoe is hij binnengekomen?’

‘Via het luik in de keuken.’ En als ik zijn blik zie: ‘Ja, dat had ik afgesloten. Hij heeft het slot geforceerd.’

‘En jij hebt niets gehoord?’ vraagt hij. ‘Dat is niets voor jou. Vroeger…’

‘Vroeger is verleden tijd,’ val ik hem in de rede. ‘Dus bespaar me dat historische gezever.’

Hij lacht, loopt naar de andere kant van de kamer en werpt een blik mijn slaapkamer in. Ik zie hoe zijn ogen op mijn shinai vallen, die naast mijn bed op de grond ligt, en met opgetrokken wenkbrauwen kijkt hij weer om naar mij.

‘Ik moest me verdedigen,’ verontschuldig ik me.

Waarom doe ik dat eigenlijk?

‘Je hebt hem daarmee geslagen?’

Ik knik.

Hij buigt zich wat voorover alsof hij een cobra bekijkt en zegt: ‘Wat is het voor ding?’

‘Een shinai. Mijn kendowapen. Nadat Bruce hem aanviel, was dat het eerste wat ik voorhanden had.’

‘Bruce…’ herhaalt hij, terwijl hij om zich heen kijkt. ‘En Bruce is…?’

‘Mijn kat,’ vul ik aan. Ik wijs naar de enorme, ruim tien kilo wegende Noorse boskat, die boven op de boeken in mijn kast ligt en vergenoegd zijn vacht likt, alsof hij weet dat hij een heldendaad verricht heeft.

‘Vernoemd naar Bruce Springsteen?’

Ik grijns hem cynisch toe. ‘Bruce Lee.’

Ben knikt zwijgend. Dan laat hij zich op de leuning van mijn bank zakken en kijkt naar me op. ‘Hoe is hij achter jouw verblijfplaats gekomen, Judi?’

‘Hoe weet ik dat nou?’ zeg ik. ‘Iemand bij jullie moet zijn mond voorbijgepraat hebben.’

‘Iemand? De enigen die wisten waar jij en Leila naartoe gingen zijn Martha en ik.’

Ik kijk hem aan, zwijgend. Het is waar. Behalve hij en zijn partner weet niemand dat Leila en ik naar Amsterdam zijn gevlucht. ‘Misschien heeft iemand het in het dossier gelezen?’

Hij schudt zijn hoofd. ‘Het staat niet in het dossier. Dat hebben we eruit gelaten. Het hoort niet, maar het leek Mart en mij beter om te doen alsof we niet wisten waar jullie naartoe waren verhuisd.’

Opnieuw zwijg ik en denk aan wat hij en Martha voor ons gedaan hebben, nadat we bedreigd waren door Leila’s broer. We hebben gevochten voor ons recht om te leven waar en hoe we wilden, maar het was tevergeefs. Om veilig te zijn moesten we onze vertrouwde omgeving achterlaten, verkassen naar de andere kant van Nederland, en mochten we zelfs onze vrienden, en in mijn geval ook mijn familie, niet eens vertellen waar we heen gingen. Het was moeilijk, maar het is ons gelukt. Alleen de prijs die we ervoor betaald hebben was veel te hoog.

‘Ik wil naar haar toe,’ zeg ik.

‘Niet verstandig,’ reageert hij. ‘Dat weet jij ook.’ Hij knikt naar de telefoon die ik op mijn salontafel gegooid heb. ‘Als je haar wilt spreken, dan kun je haar beter bellen.’

Natuurlijk heeft hij gelijk. Dat hij hém buiten niet gezien heeft, wil nog niet zeggen dat hij er ook werkelijk niet is. Hij wist zich altijd al goed verscholen te houden, als hij wilde. Die les heb ik vier jaar geleden op een harde manier geleerd. En hier langs de Prinsengracht in Amsterdam zijn genoeg plekken van waaruit hij me ongezien kan bespieden. Ik huiver bij dat idee en om het gevoel van onbehagen te laten verdwijnen, graai ik mijn telefoon van de tafel en druk het snelkiesnummer van Leila in. Terwijl ik luister hoe de telefoon overgaat, staar ik zwijgend naar Ben, die naar mijn kleine keuken loopt. Ik hoor hem rommelen in de kastjes en wil net vragen wat hij zoekt, als Leila de telefoon opneemt.

‘Judi,’ verzucht ze. ‘Ik ben zo blij dat ik je stem hoor.’ En voordat ik wat kan zeggen: ‘Ben je oké?’

‘Ja hoor,’ zeg ik. ‘Bruce heeft hem de deur uitgejaagd.’

‘Bruce?’

Ik lach, eigenlijk van de zenuwen die nu pas naar buiten komen. ‘Bruce heeft hem de schrik van zijn leven bezorgd. Hij zette zijn klauwen vol in zijn armen en rug. Ik wist niet dat hij zó fel kon zijn.’

Ook Leila lacht nu, maar ik hoor hoe geforceerd het klinkt.

‘Waarom nam je de telefoon eerder niet op?’ vraag ik.

‘Ik sliep.’ En na een korte stilte, als ik niet reageer: ‘Het is midden in de nacht, Judi. Ik was moe. Cem wilde niet slapen, waardoor ik pas laat in bed lag. Ik heb de telefoon niet…’

‘Het is goed, Leila,’ onderbreek ik haar. ‘Je hoeft je niet te verdedigen. Niet tegenover mij. Ik was gewoon ongerust, dat is alles.’

Ze zwijgt en bijna verbeeld ik me dat ik haar roffelende hart kan horen. Want dat dat roffelt als een idioot weet ik wel zeker. Angst is een emotie die niet zomaar verdwijnt, vooral niet als die zo zit ingebakken als bij haar. Zelfs ik ben bang, terwijl ik toch echt mijn mannetje wel weet te staan. Oké, met een beetje hulp van Bruce dan. Maar ook ik ben inmiddels bekend met dat allesoverheersende angstgevoel, dat ik in de afgelopen drieënhalf jaar dan wel diep heb weten weg te stoppen, maar dat door het minste of geringste in no time weer naar de oppervlakte komt.

‘Hoe is het met Cem?’ vraag ik. ‘Is hij erg geschrokken?’

‘Cem is drie, Judi. Hij snapt er niks van. Maar hij vindt het wél reuzespannend dat er twee politieagenten in ons huis zijn.’

Ik grinnik, als ik denk aan het kleine jochie, met zijn zwarte krullen en zijn glinsterende, groene ogen. De ogen van zijn vader. Natuurlijk vindt hij dat spannend. Gelukkig maar. Dat voorkomt tenminste dat hij bang wordt, want als er één ding is wat ik niet wil, is dat hij in dezelfde angst moet opgroeien als zijn moeder.

‘Volgens Martha is het beter als we elkaar even niet opzoeken,’ klinkt Leila’s stem zacht.

‘Dat klopt,’ zeg ik. En dat zal best moeilijk zijn. Drieënhalf jaar lang, vanaf de dag dat we wegvluchtten uit ’s-Heerenberg, zien we elkaar dagelijks. Eerst uit een gevoel van veiligheid, surrogaat natuurlijk, maar later omdat we elkaar haarfijn aanvoelden, alsof we zusters waren. En misschien is dat ook de beste omschrijving: Leila en ik zijn als zussen, met eenzelfde verleden.

Ze zegt niets.

‘Het is noodzakelijk voor onze veiligheid, Leila,’ zeg ik. ‘Voor Cems veiligheid. We weten niet of Tarik weet waar jij woont. Ik denk eigenlijk van niet, anders was hij vast niet eerst bij mij gekomen. En juist daarom zou elkaar nu ontmoeten het domste zijn wat we kunnen doen.’

‘Dat weet ik,’ fluistert ze. En na een korte stilte: ‘Cem zal je missen.’

‘Het is maar voor even,’ beloof ik. ‘Ben gaat kijken of Tarik nog in ’s-Heerenberg is.’

Bij het horen van zijn naam steekt Ben zijn hoofd om de hoek van de keuken en kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan, waardoor zijn blauwe ogen nog groter lijken dan ze al zijn.

‘En als hij gewoon daar is, dan kunnen we onze volgende stap bepalen.’

‘Mogen we elkaar wel bellen?’

‘Natuurlijk,’ zeg ik, al zou het misschien verstandiger zijn om zelfs telefonisch contact te vermijden. Maar dat kan ik niet. Ik moet regelmatig haar stem horen om te weten dat alles in orde is. ‘Geef Cem een dikke knuffel van me, oké?’

Ze snuft zachtjes ter bevestiging en als even later de verbinding verbroken is, moet ik een dikke prop in mijn keel wegslikken. Tijdens mijn leven vóór Leila – want daaruit bestaat mijn leven tegenwoordig: de tijd voor, en de tijd met Leila – heb ik nooit kunnen vermoeden dat ik ooit zo bezorgd zou kunnen zijn om iemand die geen familie van me is. Ik was een flierefluiter van de bovenste plank, happily single, had tegenover niemand verplichtingen behalve mijn baas, de directeur van de middelbare school waar ik als...



Ihre Fragen, Wünsche oder Anmerkungen
Vorname*
Nachname*
Ihre E-Mail-Adresse*
Kundennr.
Ihre Nachricht*
Lediglich mit * gekennzeichnete Felder sind Pflichtfelder.
Wenn Sie die im Kontaktformular eingegebenen Daten durch Klick auf den nachfolgenden Button übersenden, erklären Sie sich damit einverstanden, dass wir Ihr Angaben für die Beantwortung Ihrer Anfrage verwenden. Selbstverständlich werden Ihre Daten vertraulich behandelt und nicht an Dritte weitergegeben. Sie können der Verwendung Ihrer Daten jederzeit widersprechen. Das Datenhandling bei Sack Fachmedien erklären wir Ihnen in unserer Datenschutzerklärung.